Onder de middelste knop, bij Alles, staat Oefeningen: een bibliotheek met bewegingen, hun uitvoering en welke spieren ze aanspreken.
De naam zegt de variant. Waar een beweging meerdere vormen heeft, staat het verschil tussen haakjes: Dip (rings), Dip (bench), Pull-up (neutral grip), Leg press (seated, horizontal), Cable woodchop (high to low). Zo staan de varianten in de lijst bij elkaar en weet je in de sportschool welke je moet hebben.
De regel onder de naam zegt wat de naam niet zegt: het materiaal, je houding, de richting en of je per kant werkt. Bijvoorbeeld: Kabel · katrol hoog · diagonaal omlaag naar de tegenovergestelde heup, per kant.
Zoeken. Typ een naam of een materiaal -- ringen, kabel, machine -- en de lijst wordt korter terwijl je typt. Weet je de naam niet, dan filter je op spiergroep en blader je door wat daarbij hoort.
Wat er per oefening staat. Foto's van het begin en het eind van de beweging (of een 3D-voorbeeld), de uitvoering, de spieren die het meeste werk doen en de spieren die meehelpen, en je eigen vaste notitie.
Vanuit je training. Tik tijdens een training op de naam van de oefening en je komt hier. Tijdens het bouwen van een schema kom je in dezelfde bibliotheek terecht.
Mist er iets? De lijst groeit. Vraag je coach of hij een oefening toevoegt, of gebruik de dichtstbijzijnde variant.