Een schema kan meer vastleggen dan sets en herhalingen. Drie begrippen kom je tegen, en ze sturen alle drie iets anders.
Superset. Twee of meer oefeningen die je direct achter elkaar doet, zonder pauze ertussen. Pas na de laatste rust je. Coaches gebruiken ze om tijd te winnen of om een spier extra te belasten. In je schema staan ze gekoppeld; de app leidt je er in de juiste volgorde doorheen en start de rusttimer pas aan het eind.
RPE. Kort voor rate of perceived exertion: hoe zwaar een set aanvoelde, op een schaal van 1 tot 10. Een RPE van 8 betekent grofweg dat je er nog twee herhalingen in had gehad.
Tempo. Hoe snel je een herhaling doet, in vier getallen: remmen, stil, kracht, stil. Remmen is het gewicht gecontroleerd terug laten gaan (bij een squat het zakken, bij een lat pulldown het terug laten komen van de stang), kracht is het zware deel. Een tempo van 3-1-1-0 betekent drie tellen remmen, een tel stil, een tel kracht, geen pauze. Een X betekent explosief.
Time under tension (TUT). Het tempo maal je herhalingen: zo lang staat de spier per set onder spanning. Bij 3-1-1-0 en 12 herhalingen is dat ongeveer 60 seconden. De setkaart laat het zien.
Geen tempo in je schema? Dan staat er een richttempo van 2-0-1-0: twee tellen remmen, een tel kracht. Dat is gecontroleerd zonder pauzes, en de kaart zegt erbij dat het niet van je coach komt.
Meetellen. Tik op Tel mee en de app loopt de fasen voor je af, met een tikje bij elke wissel. Je hoeft niet te tellen en niet naar het scherm te kijken. Tik op Stop en het aantal volle herhalingen staat klaar in het veld.